CPSS behandeling

Chronisch Pijnsyndroom en Stress Methode

Chronisch pijn en stress veroorzaakt door trauma’s en fysiek en psychische klachten veroorzaken gepaard met fysieke- en psychische pijn en stress die langer dan 3 maanden bestaan.

U werkt aan 3 fases
Fase 1: trauma verwerking
Fase 2: reorganisatie binnenwereld
Fase 3: reorganisatie buitenwereld

 

Fase 1: Traumaverwerking: EMDR

De behandeling start met traumaverwerking.
De trauma (‘s) zijn gebeurtenissen die u als ingrijpend heeft ervaren en ervaart.

Dit kunnen bijvoorbeeld situaties zijn uit:

  • uw jeugd
  • relatie
  • ongelukken
  • ziekte
  • rouwproces

Doelstelling is dat de ingrijpende gebeurtenis verwerkt wordt in het brein. En dat de emotie die daarbij hoort, afgevlakt wordt en de emotionele lading verdwijnt.

Vanuit de ingrijpende gebeurtenis zijn verschillende weerstanden ontstaan.
Dit wordt in fase 2 behandeld.

 

Fase 2 : Reorganisatie van de binnenwereld

Deze fase bestaat uit het observeren en bewust worden van het eigen gedrag en houding. en werken aan veranderingen van gedachten, gevoelens en gedrag.

  1. Cognitieve gedragstherapie: analyseren van negatieve gedachten, negatieve gevoelens en negatief gedrag.
  2. Weerstanden die in de loop der jaren zijn ontwikkeld worden besproken waar een naar gevoel door ontstaat.
  3. Ontspanningsoefeningen: CD ontspanning krijgt u mee
  4. Ademhalingsoefeningen:
    Chronische Stress Reduceren met behulp van handvatten ( de rempedaal in drukken) Neurohormonaal u weer in balans komt.
  5. Leren te ontspannen, zorgt weer voor een gezonde hormonale balans in uw lichaam, zodat deze weer goed kan functioneren.
  6. Klachtenregistratie: pijnklachten bijhouden en 4 DKL Lijst meting

 

Fase 3 Reorganisatie buitenwereld. Gezin, werk, enz.

  1. Nieuw aangeleerd gedrag naar de omgeving toe.
  2. Voelen; herkennen en interpreteren van lichamelijke signalen
  3. Kunnen: Vaardigheden; begrenzen anderen begrenzen, assertief zijn, invloed uitoefenen, conflicten constructief aangaan, adequaat leren te plannen en organiseren.
  4. Doen: Organisatie: veranderingen aanbrengen in de dagelijkse organisatie (werk, Privé), invloed uitoefenen om eigen belasting – herstel balans veilig te stellen.
  5. Benaderen: werk attitude: van prestatiegerichtheid naar flow. Van kwantitatief naar kwalitatief. Van doelgerichtheid naar procesgerichtheid.
  6. Evaluatie gesprek met partner / naaste over het functioneren van partner